< Home  | P  | X  
De Indische wandelende tak

In dit artikel zijn ook adviezen opgenomen over de ¨Aanschaf van wandelende takken¨

Van alle wandelende takken is de Indische wandelende tak (Carausius morosus) veruit het populairst als huisdier. Dit komt omdat deze soort gemakkelijk te verzorgen is en zich snel voortplant.
Deze wandelende tak is erg geschikt voor beginners. Mocht je toch overwegen een andere soort aan te schaffen, laat je dan eerst goed voorlichten door een deskundige. Sommige wandelende takken stellen hoge eisen aan hun leefomgeving (temperatuur en luchtvochtigheid).
De tekst hieronder zal voornamelijk over de Indische wandelende tak gaan.

Algemeen

Wandelende takken en bladeren vormen samen de orde van de Phasmida (betekent spook in het Latijn). Er bestaan een paar duizend verschillende soorten wandelende takken. Deze insecten komen voornamelijk in de tropen van Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika voor. In Zuid-Europa leven zes soorten wandelende takken.

Uiterlijk

Wandelende takken doen hun naam eer aan. Hun lichaam heeft de vorm van een takje. De Indische wandelende tak is ongeveer zes tot acht centimeter lang (exclusief poten) en is bruin of groen van kleur. Ze hebben zes poten, die drie centimeter lang zijn. De Indische wandelende tak heeft, in tegenstelling tot sommige andere soorten wandelende takken, geen vleugels. Volwassen dieren hebben rode oksels. Aan hun kop zitten twee voelsprieten van circa één centimeter lang.

Gedrag

De wandelende tak is een nachtdier. Overdag houden de insecten zich in alle stilte schuil tussen de bladeren, zodat ze bijna niet opvallen. Tegen de schemering worden ze actief en gaan ze op zoek naar voedsel.

Bij bedreiging houden ze hun poten strak tegen hun lijf, waardoor het lijkt alsof ze dood zijn. Kijk altijd goed of een wandelende tak die vermoedelijk dood is, ook echt niet meer leeft.

Om zich voort te planten hebben de vrouwtjes geen mannetjes nodig. Dit is maar goed ook, want er bestaan zeer weinig mannelijke wandelende takken. Deze vorm van voortplanting heet pathenogenese of maagdelijke voortplanting. Jonge dieren zijn na zes vervellingen volwassenen. Twee weken na de laatste vervelling gaat het dier eitjes leggen. Deze zien er uit als donkere bolletjes van 2 millimeter doorsnede met een geel dekseltje. De eieren komen na drie tot vier maanden uit. De wandelende takken kruipen bij het uitkomen van de eieren door het dekseltje naar buiten. De nakomelingen, ook wel nimfen genoemd, zien er uit als wandelende takken in miniatuurformaat. De eerste dagen rennen ze door het terrarium, daarna worden ze rustiger. Wandelende takken kunnen ongeveer twee jaar oud worden, maar er zijn ook soorten die slechts een paar maanden leven.

Waar koop ik een wandelende tak?

Er zijn maar weinig dierenwinkels die wandelende takken verkopen. Informeer of er particulieren zijn die de insecten of eitjes verkopen. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld op forums terecht (www.wandelendetakken.nl). Daarnaast worden er op reptielenbeurzen soms wandelende takken verkocht.

Let bij de aanschaf altijd op de gezondheid van het dier. Wandelende takken die één of meerdere poten of antennen missen, kunnen soms al vrij oud zijn. Koop daarom liever een dier dat nog geheel intact is. Kijk of de wandelende tak een levendige indruk maakt. Dit is bij deze dieren vaak lastig te zien. Een wandelende tak die op de grond ligt, is meestal niet gezond.

Huisvesting

Er zijn een aantal mogelijkheden voor het huisvesten van wandelende takken:

Als bodemmateriaal is zand of keukenpapier geschikt. Op de achterwand van de bak kun je eventueel kurk plakken. Dit biedt extra klimmogelijkheden voor de wandelende takken.

Geef de dieren voldoende ruimte. Wandelende takken die met een te groot aantal in een kleine bak gehuisvest zijn, kunnen aan elkaar gaan knagen. De bak moet drie keer zeer hoog zijn als de lengte van de grootste wandelende tak.

Sommige soorten wandelende takken kun je bij elkaar houden. Laat je goed voorlichten door een deskundige. Het is af te raden wandelende takken bij wandelende bladeren te houden. De 'takken' zullen aan de 'bladeren' gaan knabbelen, omdat ze deze voor een echt blad aanzien.

De ideale temperatuur ligt tussen de 18 en 22 graden (kamertemperatuur). Zet de bak niet in de zon en niet op de tocht.

Hoewel wandelende takken geen razendsnelle indruk maken, zijn ze sneller ontsnapt dan je denkt. Laat ze dus nooit onbeheerd achter als de deksel van de bak is. Je ontsnapte wandelende tak terugvinden, is soms zoeken naar een speld in een hooiberg. Tijdens hun ontdekkingstocht wandelen ze alle kanten op.

Zorg ervoor dat andere huisdieren niet bij je wandelende takken kunnen komen. Honden, katten, knaagdieren etc. kunnen het insect snel verwonden of zelfs doodbijten.

Voeding

Wandelende takken zijn planteneters. Geschikte voedselplanten zijn:

De planten mogen uiteraard niet bespoten zijn.

Zorg dat er altijd verse planten in het terrarium aanwezig zijn. Snijd de stengels schuin af en zet ze in een klein potje of flesje. De planten blijven dan veel langer vers. Een stukje folie waar je de stengels doorheen prikt, voorkomt dat de wandelende takken verdrinken. Zodra de planten uitdrogen, moet je ze vernieuwen. Wees er tijdens het weggooien van de oude planten zeker van dat er geen wandelende takken tussen zitten.

Besproei de dieren iedere dag, bij voorkeur 's avonds, met een plantenspuit. De insecten kunnen 's nachts de waterdruppels oplikken. In de plantenspuit mag nooit mest of bestrijdingsmiddel hebben gezeten.

De eitjes van de wandelende tak kun je op de bodem laten liggen. Maak ze wekelijks vochtig.

Ziekten

Er is niet veel bekend over ziekten bij wandelende takken. Mits je de dieren goed verzorgt, zullen ze niet snel ziek worden. Als de dieren iets mankeren, zijn er weinig tot geen behandelmogelijkheden. Zet dieren die slap aanvoelen, op de grond liggen of vocht uit de bek hebben, altijd apart van je andere wandelende takken om besmetting met bijvoorbeeld een virus te voorkomen. Vraag eventueel een deskundige in het houden van wandelende takken om advies.

Soms kan het gebeuren dat wandelende takken een poot of voelspriet (antenne) verliezen. De oorzaak kan ouderdom zijn. Als het insect nog jong is, kan de poot of antenne bij de volgende vervelling weer aangroeien. Oudere dieren die niet meer vervellen zullen voortaan met een poot minder door het leven moeten.

Omgang

Het spreekt voor zich dat wandelende takken geen knuffeldieren zijn. Overdag hangen ze roerloos tussen takken en bladeren. Zijn ze dan alleen geschikt voor saaie mensen? Het antwoord is nee! Wandelende takken zijn juist hele boeiende dieren. Hun gedrag en uiterlijk is heel bijzonder. Het is interessant om hun gedrag te bestuderen. In de avonduren ontwaken ze en klimmen ze door het terrarium, terwijl ze zich te goed doen aan bladeren en waterdruppels.

Wandelende takken zijn erg kwetsbaar. Pak ze altijd heel voorzichtig op. Door een te ruwe behandeling kunnen de poten afbreken.

Bijzonderheden

Omdat deskundigen de wetenschappelijke namen van wandelende takken en bladeren soms veranderen, heeft ieder soort een PSG-nummer. PSG is de afkorting van Phasmid Study Group. Momenteel staan er bijna 300 soorten op deze lijst. Dit zijn de soorten die als huisdier bekend zijn. De Indische wandelende tak heeft PSG-nummer 1.

Het langste insect ter wereld is een wandelende tak, namelijk de Phobaeticus serratipes. Dit insect kan wel 28 centimeter lang worden. Deze tak is dus bijna vier maal zo groot als de Indische wandelende tak.

Sommige soorten wandelende takken zijn agressief of scheiden een bepaald zuur uit als ze zich bedreigd voelen. Deze insecten zijn alleen geschikt voor mensen die veel ervaring met wandelende takken hebben. De Indische wandelende tak is niet agressief en is daardoor zeer geschikt voor beginners.

Kosten

Het houden van wandelende takken is doorgaans minder kostbaar dan het houden van een ander huisdier. De aanschafprijs verschilt per soort. Soms bieden particulieren hun wandelende takken gratis aan.

Een terrarium kost rond de 50 euro. Een plantenspuit kost ongeveer vijf euro. Een thermometer is handig om de temperatuur mee in de gaten te houden.

Zorg dat je een geschikte locatie hebt waar je voedselplanten (bijvoorbeeld klimop) kunt plukken.

Conclusie

De Indische wandelende tak stelt vrij weinig eisen aan zijn verzorging. Hoewel deze insecten minder tijd vergen dan bijvoorbeeld een hond of konijn, moet er wel dagelijks naar ze omgekeken worden. Ondanks dat je doorgaans geen hechte band met deze dieren kunt opbouwen, zijn ze buitengewoon interessant om te bekijken.

Suzanne de Lijser

Links naar boeken

Welk insect is dat? Welk insect is dat?
Heiko Bellmann
450 soorten 670 kleurenfoto's

Deltas gids voor insecten Deltas gids voor insecten
Michael Lohmann

Wandelen met je hond Wandelen met je hond
Nicky Gootjes





Copyright DierenNieuws ©