Gratis afhalen: honderdvijftig zwijntjesZe groeien Leny boven het hoofd, de ruim honderdvijftig hangbuikzwijnen die ze in en rond haar provisorische woninkje middenin het bos in Bocholt heeft rondlopen. Wie een zwijntje wil, mag er een komen halen. Desnoods legt Leny er nog geld bij óók.
Het zwijntje Randalph kent een kunstje zegt Leny, terwijl ze de achterklep van haar met oud brood en sinaasappelen volgestouwde bestelwagen opent. Randalph - genoemd naar een personage uit The Lord of The Rings - loopt het water uit mond als hij het witbrood ziet. ¨Zit!¨, roept Leny en Randalph gaat onmiddellijk zitten. ¨Dans!¨, roept Leny en het donkerbruine zwijntje maakt enkele ondefinieerbare bewegingen die enig danstalent doen vermoeden. In een fractie van een seconde is zijn beloning hap-slik weg. Hij behoort toch al tot de uitverkorenen, want lange tijd mocht Randalph 's nachts bij Leny in bed.
Als de verslaggever even later tot aan zijn enkels in de modder wegzakt, kijkt Randalph hem meewarig aan. ¨Had je je laarzen maar moeten aantrekken¨, hoort hij het hangbuikzwijntje denken. Intussen heeft Leny haar kruiwagen volgeladen met brood. Met haar onafscheidelijke sigaartje in de mond loopt ze het terrein op. Vanuit alle hoeken en gaten komen hangbuikzwijnen tevoorschijn en storten zich op het witbrood.
Al zeventien jaar bestiert Leny een dierenweeshuis ('The animal orphan') op het platteland van Bocholt. Ze vangt dieren op die niemand meer wil hebben. Haar achternaam wil ze niet kwijt. Ze laat hem wel zien, want hij staat enigszins versluierd getatoeëerd op haar rechteronderarm. Ver weg van de bewoonde wereld leeft ze samen met haar hangbuikzwijnen, 55 katten, 10 honden en 7 paarden. En een dakloze, die ze al die jaren gastvrijheid verschaft en die in een groene bus ergens in een uithoek van het terrein kampeert.
Leny trekt zich het lot van dieren aan die door anderen zijn afgeschreven. Soms knippen onbekenden 's nachts een gat in de omheining en duwen nieuwe hangbuikzwijntjes het terrein op. Of worden aangereden katten over het hekwerk gegooid, zodat Leny het verder kan opknappen. ¨Dan denk ik: gooi er gelijk een zak geld achteraan¨, bromt ze, terwijl ze stevig aan haar sigaartje trekt.
Vrijwel dagelijks rijdt ze haar vaste adressen in Weert af waar ze dankbaar afgedankte etenswaren in ontvangst neemt. Zonder de goedgeefsheid van winkeliers en andere ondernemers redt ze het niet. Vroeger werkte Leny in het Instituut voor de Tropen en gaf ze les op de Landbouwschool. Thuis, in Emmen, bestierde ze een vogelopvang. Na zeventien jaar zei haar man: ik eruit of de vogels eruit. De scheiding was in een flits geregeld. Sinds die tijd zit ze veel lekkerder in haar vel, ondanks dat ze het moet zien te rooien met een uitkering van 750 euro per maand. En ondanks een sluimerende reuma. En ondanks vele andere tegenslagen. Want de hangbuikzwijntjes moesten óók worden verzorgd toen Leny zich met een verbrijzelde knieschijf dagelijks steunend en zuchtend een weg zocht door dikke lagen modder.
De dierenarts komt eens in de drie maanden en strooit kwistig met complimenten want de dieren worden uitstekend verzorgd. Maar nu ze bijna zestig jaar is, komen de slapeloze nachten. Ze sjouwt zich dagelijks een ongeluk om alles gerooid te krijgen. ¨Hoe moet het straks verder met mijn dieren? Ik zet advertenties en doe oproepen op internet aan mensen of ze geïnteresseerd zijn in een zwijntje. Wie er honderd meeneemt krijgt er bij wijze van spreken driehonderd euro bij¨, zegt Leny.
Bron: De Limburger
DN redactie
DN 25/02/2005
Copyright DierenNieuws ©