< Home  | P  | X  
CITES en de illegale handel in 30.000 bedreigde soorten

Wie denkt dat de illegale handel in bedreigde dier- en plantensoorten een 'ver-van-mijn-bed-show' is, zit er lelijk naast. Elk jaar neemt de douane duizenden beschermde dieren, planten of producten daarvan in beslag. Hiervoor zijn niet alleen diehard smokkelaars verantwoordelijk, maar ook toeristen. Weleens een grote schelp of rainsticks meegenomen van vakantie? Grote kans dat jij onder deze groep toeristen valt.

Verboden souvenirs

Sinds 1 juli 1975 wordt de internationale handel in bedreigde dier- en plantsoorten gereguleerd door het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora). Dat ivoor en koraal door dit verdrag verboden souvenirs zijn weten de meeste mensen wel. De 'rode lijst' voor souvenirs is echter veel uitgebreider. Zo zijn (producten van) reptielenhuiden verboden in te voeren evenals wilde orchideeën, haaientanden, rainsticks uit Zuid-Amerika (van beschermde cactussen) en zelfs bepaalde schelpen zoals doopvontschelpen en karkoschelpen.

Ontstaan CITES

Naar aanleiding van een IUCN (International Union for Conservation of Nature) vergadering werd in 1963 het CITES-verdrag opgesteld. Doel van het verdrag was en is 'zeker te stellen dat de internationale handel in soorten van wilde dieren en planten hun bestaan niet bedreigd'. Zoals wel vaker voorkomt in de politiek, werd er flink gekibbeld over de tekst van het verdrag. Pas 10 jaar later trad het verdrag in werking. Destijds ondertekenden 80 landen (lidstaten) het verdrag. Dat aantal is sindsdien behoorlijk gegroeid. Momenteel zijn namelijk 173 lidstaten bij het verdrag aangesloten. De tekst van het verdrag kun je hier lezen. Zie ook de uitleg van de organisatiestructuur .

NGO's

Tijdens zogeheten 'Conference of the Parties' komen alle lidstaten bijeen om te vergaderen. Gedurende deze conferenties worden onder andere voorstellen besproken voor wijzigingen in de Appendices (zie hieronder). Hoewel de lidstaten uiteindelijk beslissen welke soorten wel en niet op de Appendices komen, zijn zij niet de enige die daar invloed op uitoefenen.

NGO's (Non Governmental Organizations) zoals Greenpeace, IFAW (International Fund for Animal Welfare) of WWF (World Wide Fund for Nature) onderhandelen met lidstaten. Ze mogen op conferenties mee discussiëren, maar hebben geen stemrecht. Dat betekent dat ze geen stem kunnen gebruiken om te 'verhandelen'. Toch hebben ze wel macht doordat landen zich graag verbinden met een naam als het WWF. Ook kunnen NGO's dier- en plantonvriendelijke beslissingen van een land doorspelen naar de pers. Meer informatie over de Conference of the Parties vind je hier .

Appendi-wattes?

Wel eens gehoord van de langstaartsmalvoetbuidelmuis (Sminthopsis longicaudata)? (wie ja zegt moet het bewijzen!) Dit kleine dier, dat voorkomt in de binnenlanden van Australië, geniet binnen CITES de hoogste staat van bescherming. Het is één van de soorten die op Appendix I staat. Op deze lijst staan de meest bedreigde soorten van de drie CITES Appendices die er zijn. Appendix I soorten worden met uitsterven bedreigd en internationale handel in deze soorten is verboden. Naast de - u nu bekende - langstaartsmalvoetbuidelmuis, vind je op deze Appendix onder andere de bultrug, de dwergvinvis maar ook wilde chinchilla's en vicu¤a's.

Maar, ook in CITES bestaan uitzonderingen. Zo mogen de dieren wel verhandeld worden als er sprake is van niet-commerciële doeleinden (bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek) of als ze in gevangenschap zijn gefokt of gekweekt.

In dat geval moet je in het bezit zijn van een import en export vergunning - bij het CITES-bureau aan te vragen (in Nederland valt deze onder het Ministerie van LNV).

Krokodillenleer en medicinale bloedzuigers...

Het prachtige krokodillenlederen handtasje dat je bij de douane moest achterlaten, is beschermd middels Appendix II. De krokodilachtigen worden dan wel minder ernstig bedreigd dan de langstaartsmalvoetbuidelmuis, je hebt er wel een exportvergunning of re-export certificaat voor nodig.

Appendix II soorten worden nóg niet met uitsterven bedreigd, maar raken dat mogelijk wel als de handel niet gecontroleerd wordt. Voor de zekerheid zijn ook de 'look-alike soorten' (soorten die veel op een andere soort lijken) van de 'nog niet uitgestorven soorten' in de lijst opgenomen. Of er van de Patagonische varkenssnuitskunk een look-alike bestaat weet ik niet, maar deze soort staat net zoals krokodilachtigen, orchideeën, (dwerg)nijlpaarden, cactussen, medicinale bloedzuigers en vele andere soorten op Appendix II.

... maar ook zeekomkommers

Ook de mensen die met een zeekomkommer de douane door willen moet ik teleurstellen. Dit is namelijk een soort die op Appendix III staat. Op deze Appendix staan dieren en planten die in minstens één land worden beschermd. Dit land (in dit geval Ecuador) heeft andere CITES-lidstaten gevraagd de handel in die soort te controleren. Dit betekent dat je in het bezit van de juiste vergunningen of certificaten moet zijn voordat je het dier internationaal mag verhandelen. Op deze Appendix kom je verder onder andere de walrus (Cananda), de muskuseend (Honduras) en de wilde amandelboom (Costa Rica, Nicaragua) tegen.

Addertjes onder het gras

Het kan voorkomen dat een land een strengere regelgeving heeft dan een Appendix voorschrijft. Dan heb je bijvoorbeeld wél een invoervergunning nodig voor Appendix II soorten.

Verder kan een land een reservation maken. Hiermee geeft een land aan dat het niet gebonden wil zijn aan een beslissing over een specifieke soort. Zo jaagt Japan nog vrolijk op walvissen en dolfijnen (Appendix I soorten), maar heeft ook Nederland reservations gemaakt voor bepaalde hermelijn en vossensoorten (Appendix III soorten).

Tot slot wordt er wel eens met gegevens gesjoemeld, vooral in arme landen. Een wild dier krijgt dan de stempel 'gefokt' en kan vervolgens legaal verhandeld worden.

Kritiek

Wat op papier mooi lijkt, blijkt in werkelijkheid nogal eens tegen te vallen. Het idee om dieren middels het CITES-verdrag te behoeden voor uitsterven is goedbedoeld, maar werkt het ook? Tegenwoordig staan er ruim 30.000 dier- en plantsoorten op de CITES Appendices. Probeer die als douanier maar eens allemaal te kennen.

Onder andere het Wereld Natuur Fonds (WWF) vindt dat er nog veel te verbeteren valt aan de handhaving van het CITES-verdrag in Nederland en binnen de EU. In het rapport Het product 'biodiversiteit' geeft ze aan waar volgens hen de problemen en kansen voor handhaving liggen. Een aantal aanbevelingen die in het rapport worden gedaan zijn:

Kijken, niet kopen

Uiteindelijk is het niet aan de overheid, maar aan u en ik - zowel thuis als op vakantie - om de illegale handel in bedreigde dier- en plantsoorten te stoppen. Neem geen (producten van) dieren of planten mee van vakantie. Ook in sieraden kan koraal verwerkt zijn. Laat deze producten in het land van herkomst. Zelfs als ze daar legaal zijn om te kopen. Er is een grote kans dat de internationale handel wél verboden is. In dat geval kun je een boete van een paar honderd euro verwachten als je weer in Nederland komt en ben je bovendien je souvenir kwijt. Als je twijfelt of je een fout souvenir in handen hebt, laat het dan liggen!

Zonder papiertje geen diertje

Verder bericht de AID regelmatig over inbeslagname van (sier)vogels en reptielen die Nederland binnen worden gesmokkeld als toekomstig huisdier. Mocht je als 'dierenliefhebber' een overlevende van zo'n massamoord in huis willen halen (veel dieren gaan dood tijdens het transport), dan heb je kans getrakteerd te worden op een strafblad. Ook na het transport moet je in het bezit zijn van de juiste papieren.

Nog geen drie maanden geleden werden in Brabant twee Andes Condors in beslag genomen. De eigenaar was in het bezit van CITES-certificaten, maar kon niet aantonen dat deze toebehoorden aan de twee dieren. Je werkt je dus gemakkelijk in de nesten met CITES soorten. Nu zul je misschien niet gelijk een Andes Condor aan willen schaffen, maar wist je dat geelvleugel ara's en kleine geelkuif kaketoes ook op Appendix I staan?

Maak het verschil!

In de tijd dat het CITES-verdrag werd opgesteld was het reguleren van handel ter bescherming van soorten vrij nieuw. Inmiddels kunnen we stellen dat sommige soorten er zonder dit verdrag een stuk slechter aan toe zouden zijn. Toch worden wilde dier- en plantsoorten nog steeds in hun bestaan bedreigd door de (inmiddels) illegale handel. Het verbieden van bepaalde handel is dus nog steeds een noodzakelijke maatregel voor de bescherming van deze soorten. Laten wij ons steentje bijdragen door plant- en diersoorten in het land van herkomst te laten en illegale activiteiten te melden bij politie, douane of de AID. Wellicht kunnen we dan over tientallen jaren zeggen dat wij met elkaar een positief verschil hebben gemaakt.

Websites:

Zie ook Werking CITES en de CITES Appendices in vogelvlucht

Annelien Klunder voor DierenNieuws.nl

DN redactie (AK)
DN 09/01/2009




Copyright DierenNieuws ©